Leermateriaal
kosten en opbrengsten,
kosten en baten,
lasten en baten,
lasten en kosten (bijv. interestlasten versus interestkosten),
ontvangsten en uitgaven,
inkomsten en betalingen,
verlies en winst, etc.
Misconceptie: een logo is vaak een beeldmerk maar niet alle beeldmerken zijn logo's. bijvoorbeeld: lettertype van Heineken gebruikt in Postersreclame {marketing}
In het hedendaags taalgebruik gebruikt men logo en beeldmerk niet altijd meer als synoniemen. In de aangepaste definitie wordt een logo gevormd door een beeldmerk, een woordmerk of combinatie van beide. De betekenis van beeldmerk wordt hierbij beperkt tot de tekening. Het woordmerk is de merknaam geschreven in een bepaalde lettertype en grootte. De onderlinge positie en maatverhoudingen van het beeldmerk en woordmerk zijn doorgaans vastgesteld. Het logo kan daarnaast ook een pay-off of slogan bevatten. Internationale organisaties kennen soms meerdere varianten van het logo, waarbij het woordmerk en/of de pay-off worden vertaald en het beeldmerk gelijk blijft.
Bij geanimeerde logo's bewegen onderdelen van het logo volgens een vast patroon ten opzichte van elkaar. De animatie is dan onderdeel van het logo. De animatie kan worden gecombineerd met een kleine melodie, ook wel soundlogo genoemd. Soundlogo's worden bijvoorbeeld gebruikt aan het einde van sommige radioreclames. (Uitzendbureau Randstad noemt in radioreclames doorgaans geheel niet haar naam, maar laat als afsluiting het soundlogo horen.)
De waarde die een bedrijf kan hebben op basis van toekomstige vrije kasstromen. Deze waarde is te berekenen met de (netto) contante waarde methode, eventueel gecorrigeerd voor reële opties. Volgens Traas moet deze waarde in twee stappen berekend worden, omdat de activa verrekend/verdisconteerd moeten worden tegen een gewenste rentevoet en de passiva tegen de rentevoet van het vreemd vermogen {Financiering: schatting van de waarde die doorgaans ex ante plaats vindt}.
De waarde die een bedrijf op een bepaald tijdstip heeft op basis van data uit het verleden. Eigenlijk gaat men er dan vanuit dat het bedrijf in de toekomst dezelfde prestaties blijft leveren als in het verleden. Deze huidige waarde is op veel verschillende manieren te meten: de beurswaarde, de intrinsieke waarde, de nettovermogenswaarde, de rentabtiliteitswaarde en de verwervingsprijs van een deelneming {Financiering: schatting van de waarde die doorgaans ex ante plaats vindt}.
Binnen de bepalingen van IFRS (International Financial Reporting Standards) is inmiddels het begrip reële waarde (fair value) ingevoerd als een betere manier om de actuele waarde van activa (en dus de intrinsieke waarde van het bedrijf) vast te stellen. Dat is naast de historische waarde een belangrijke grondslag waarop alle activa volgens de nieuwe richtlijnen kunnen worden gewaardeerd. {Externe Verlaggeving, dus ex post (achteraf)}
Bij woningcorporaties gaat het om de contante waarde van de toekomstige (netto) kasstromen die verwacht mogen worden uit het bezit van onroerende zaken bestemd voor verhuur. {Externe verslaggeving voor niet commerciële organisaties}