Leermateriaal
De mate van schommelingen in de waarde van obligaties als gevolg van veranderingen in het rentepercentage.
De beweeglijkheid in de koersen van financiële instrumenten. Bij historische volatiliteit meet men de standaarddeviatie in verhouding tot de gemiddelde koersbeweging uit het verleden. Bij impliciete volatiliteit gaat het om de optieprijzen die een indicatie geven van de verwachtingen rond de koersontwikkelingen.
Gestandaardiseerde verwachte fluctuaties in de afzonderlijke koersen, berekend via standaarddeviaties die op jaarbasis zijn uitgedrukt.
Alle activa met een looptijd korter dan een productiecyclus, zoals voorraden, vorderingen, effecten (als kortlopende belegging van overtollig kasgeld) en liquide middelen {Externe Verslaggeving}. Zie ook: bedrijfseconomische-modellen.nl.
Alle activa met een looptijd korter dan een jaar, zoals voorraden en vorderingen. De liquide middelen blijven buiten beschouwing {Financiering en Interne Verslaggeving}.
Alle activa met een looptijd korter dan een productiecyclus, zoals voorraden en vorderingen. De liquide middelen blijven buiten beschouwing {Financiering en Interne Verslaggeving}.